Atelier
Om te weten
De kleurentheorie van de impressionisten is mede ontstaan door de ontdekking van het prisma. Het prisma doet het licht uiteen vallen in kleuren. Denk hierbij aan de kleuren van de regenboog. Hieruit concludeerde men dat zwart en wit géén kleuren zijn en dus niet als kleur in de schildering mogen voorkomen. Er wordt uitsluitend gewerkt met de kleuren geel, twee verschillende kleuren rood, blauw en groen. Alle tussenliggende kleuren worden gemengd. De mogelijkheden zijn werkelijk boeiend en onbegrensd.
De ondergrond
De ondergrond verdient speciale aandacht . Rekening houdend met het voor ogen staande eindresultaat, is het wenselijk de ondergrond in één kleur te zetten. Bijvoorbeeld een oker of een grijs dan wel een beige of zelfs een roodbruine ondergrond hebben een grote schilderachtige werking en invloed. Deze werking van de ondergrond wordt ook wel het optische grijs genoemd of wel, een verkorte onderschildering, welke de schildering een ondertoon geeft, met een schakering van luchtig tot ernstig.
Handschrift
Mijn hantering van het penseel, ook wel het “handschrift” van de schilder genoemd, is spontaan, krachtig en speels. Mijn intentie daarbij is dat als vanzelf fijne nuances ontstaan tussen de verschillende kleuren. Deze kleurentinten beginnen ten opzichte van elkaar te vibreren. Het is als of de kleuren dansen! Deze optische bewegingen dragen bij tot een helder en fris uiterlijk.
De zitting
Het idee dat een impressionistisch schilderij in één zitting gemaakt dient te worden is niet absoluut. Vind je dat het onderwerp om meerdere zittingen vraagt dan is het wel raadzaam er op toe te zien dat de omstandigheden, zoals het licht, iedere keer zo veel mogelijk dezelfde zijn. Dit mede om correcties te voorkomen, zodat de spontane uitstraling bewaard blijft.
Links:


